|
Taalnieuws

Welkom in de boeiende wereld van de taalsector !
Leuke en interessante weetjes over taal en de taalsector..
Februari 2012 - 'Engels is overal, Frans nergens meer' - Kennis van de Franse taal bij Vlaamse scholieren blijft dalen
Voor haar 25ste editie kan de Vlaamse Olympiade van het Frans (Olyfran) de 124.000ste deelnemer verwelkomen. Een aardig succes, maar toch is professor emeritus Willy Clijsters (68) somber gestemd over de kennis van de taal van Molière in Vlaanderen.
Francofiel Clijsters stond aan de wieg van de Olympiade, die eerst bekendheid kreeg onder de naam La Tour Eiffel. Zelf doceerde hij jarenlang Frans aan het Centrum Toegepaste Linguïstiek van de Universiteit Hasselt.
'We hebben de moeilijkheidsgraad van de wedstrijd moeten aanpassen, of er raakte niemand nog door', verzucht Clijsters. 'Neem nu het werkwoord envoyer (zenden, red.). Dat heeft een afwijkende toekomstige tijd j'enverrai, maar hoeveel Vlaamse scholieren weten dat nog? Ze vervoegen het als een werkwoord op -er, j'envoyerai dus.'
'Ook in de finesses van het taalgebruik merken we veel lacunes. Als je beleefd wil blijven in het Frans, moet je speciale vormen gebruiken. In het Nederlands mag je gerust “wilt u, vragen. Maar hetzelfde in het Frans is een stommiteit, dan moet je de conditionnel van pouvoir, kunnen, bezigen: pourriez-vous. Maar als de jongeren die vorm vandaag niet meer kennen, hoe zouden ze hem dan ooit gebruiken?'
Vanwaar die slinkende kennis? Is het omdat de gemeenschappen in België steeds verder uit elkaar groeien? Politieke redenen ziet Clijsters niet. 'Het is culturele onverschilligheid. De jeugd komt niet meer in aanraking met het Frans. Alles wat met computers, film, tv, popmuziek te maken heeft, is Engels. Die taal zit overal in hun dagelijkse leven, Frans is ver te zoeken. Het is een puur schoolvak geworden, met alle gevolgen van dien. In mijn jonge jaren waren er Vlaamse zangers die in het Frans zongen. Die vind je niet meer, of het moest Arno zijn.'
'Vlaamse intellectuelen lazen vroeger Franse kranten en tijdschriften. Bestaat dat nog? Onlangs hoorde ik een Vlaamse journalist zijn vragen aan een Waalse minister in het Engels stellen. Zo ver zijn we dus gekomen.'
Ligt het aan ons taalonderwijs? 'Hoewel het niveau van de instroom van kandidaat-leerkrachten gedaald is, doen de leerkrachten hun best, hoor. Maar ze hebben te weinig hedendaagse boeken en leermiddelen. In alles wat met nieuwe en sociale media te maken heeft, is het aanbod in het Engels zoveel groter.'
Nochtans merkt Clijsters dat het bedrijfsleven, net als bij de start van La Tour Eiffel, nog altijd smeekt om mensen die zich in het Frans uit de slag kunnen trekken. 'Een kwart van onze in- en uitvoer gaat nog altijd naar Frankrijk, en dan zwijg ik over de andere Franstalige landen. Je kunt de jongeren wel op het hart drukken dat deze taal belangrijk is op het werk, veel indruk maakt dat niet.'
Maar het belangrijkste om in Vlaanderen het Frans te blijven koesteren, is voor Clijsters dat we het contact met Wallonië en Brussel moeten behouden. Vandaar dat deze editie het motto meekreeg 'word wereldburger, leer de taal van je buren'.
Dit jaar schreven 7.168 leerlingen zich in voor de Olyfran, zestien procent meer dan vorig jaar. De Olympiade mikt op leerlingen van de vier laatste jaren van het secundair.
Bron: De Standaard - www.olyfran.org
Januari 2012 - Eat it or beat it! Het latest en greatest Engelse rijm
Shop till you drop. My way or the highway. See you later, alligator. Bij de Nederlandse uitgeverij BBNC (Amersfoort) is het boekje 'Eat it or beat it' van Pyter Wagenaar verschenen. Het is een bloemlezing van 450 rijmende Engelse uitdrukkingen die ook Nederlandstaligen af en toe in de mond nemen.
In 'Eat it or beat it' (128 blz.) met ondertitel 'Het latest en greatest Engelse rijm' verzamelt Pyter Wagenaar Engels rijm dat via film, tv, boeken en straattaal in het Nederlands terecht is gekomen. Hij legt van elke rijmende uitdrukking de betekenis uit, vermeldt eventuele varianten en geeft aan hoe de uitdrukking bekend is geworden (boek, artiest, film, tv-serie, enz.). Het latest engreatest Engelse rijm blijkt vooral een Amerikaans-Engelse specialiteit te zijn.
Pyter Wagenaar is eigenaar van tekstbureau de Taalwerkplaats en auteur van o.m. 'Voor de vorm (taalvraagbaak voor schrijvers)' en coauteur van 'Een blind paard kan de was doen', 'We always get our sin too' en het 'Woordenboek van platte taal'.
Een hilarisch boekje van a man with a plan die laat zien what's hot and what's not voor wie op zoek is naar een phrase that pays.
ISBN: 978-904531258-3
Meer info: www.bbnc.nl
Meer info: www.taalwerkplaats.nl
December 2011 - Nieuwe editie groene boekje
Er komt in 2015 een nieuwe editie van het Groene Boekje. Daarin nieuwe woorden als zumba of mojito. Dominiek Sandra van de Universiteit Antwerpen is een van de twee Vlamingen die meeschrijven. De spelling wordt niet gewijzigd.
"De editie van 2015 wil vooral die van 2005 updaten, de inconsistenties eruit halen en nieuwe, hedendaagse woorden toevoegen", aldus Sandra, die gespecialiseerd is in psycholinguïstiek. Hij is niet alleen bezig met taal maar ook met hoe de menselijke geest taal verwerkt.
Sinds 2005 krijgt de spellingscommissie vragen voorgelegd van taaladviesdiensten. De technische handleiding van de woordenlijst biedt in sommige gevallen geen uitsluitsel. "Mag je 'jezus christus' als vloek bijvoorbeeld zonder hoofdletter schrijven? Is 'Michelinster' met hoofdletter? Schrijven we 'compactcamera' aan elkaar? Het is onze taak de taalgebruikers een houvast te geven", legt de hoogleraar uit. Onder de nieuwe woorden die in het Groene Boekje van 2015 worden opgenomen, zijn volgens de Antwerpse universiteit hoogstwaarschijnlijk slowfood, kaas-en-wijnavond, barista, catchphrase, twitteren, tweet, tablet-pc, aan-uitknop, mojito en zumba.
November 2011 - Man over woord
Een programma over het Nederlands op de openbare omroep? Wordt het een litanie van “Zeg niet… maar zeg…” in de traditie van Hier spreekt men Nederlands? Een moedig offensief om de taal der Vlamingen te zuiveren van dialectklanken, verkavelingswoorden en dt-fouten? Nee dus.
In Man over woord gaat Pieter Embrechts niet op zoek naar de regeltjes, maar naar de schoonheid en de geheimen van onze taal. Waarom hebben de West-Vlamingen het zo moeilijk met het verschil tussen de g en de h? Hoeveel woorden kent een mens en waar halen we ze? Praten we in deze druk-druk-drukke tijden ook sneller dan vroeger, en spreken Limburgers echt trager dan de andere Vlamingen?
Op zijn zoektocht ontmoet Pieter gewone mensen en topexperts, en ontdekt hij de gekste dingen. Dat de allermoeilijkste zin die je in het Nederlands kan maken, slechts drie woorden telt. Dat het Gents écht zo uniek is als die van Gent denken. Wat voor een onwaarschijnlijke wereldreis sommige woorden hebben afgelegd voor ze in onze taal belandden. Man over woord heeft zelfs een wereldprimeur voor de Canvaskijker. Voor het eerst zal hij horen hoe onze taal klonk in het jaar 1000. Handig voor wie ooit de teletijdmachine neemt.
November 2011 - Minister met een taalmissie
Vertaalcultuur bevorderen, kwaliteitsvolle non-fictie stimuleren en jong talent met beurzen ondersteunen. Dat zijn drie aandachtspunten in het Letterenbeleid van Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege voor de beleidsperiode 2011-2015.
Minister Schauvliege heeft de ambitie het Nederlands meer zichtbaarheid te geven in het buitenland. Op korte termijn wil ze populaire Vlaamse boeken in vertaling op de markt brengen in Spanje, Scandinavië, het Midden-Oosten en Turkije. Nu worden de populairdere fictiewerken in het beste geval vertaald in het Frans, Engels en Duits. Op middellange termijn moeten er ook vertalingen komen in het Japans, Indisch, Chinees en Koreaans.
De minister wil ook beurzen voor non-fictie toekennen. 'Zoals dat al voor fictie bestond, zal voortaan ook kwaliteitsvolle non-fictie via beurzen ondersteund kunnen worden.'
Daarnaast wil ze ook het systeem van stimuleringsbeurzen voor jonge auteurs uitbreiden. 'Omdat jong literair talent belangrijk is, worden de stimuleringsbeurzen voor gedebuteerde auteurs verdergezet. Zo worden beloftevolle auteurs na hun literair debuut gesteund om aan hun tweede literaire publicatie te werken. Beginnende literaire vertalers kunnen al vroeg in hun loopbaan aangemoedigd worden in de vorm van een stimuleringssubsidie.'
Oktober 2011 - Taalspel
Lego Lingua: nieuwe taalprikkelende spellendoos !
Het Brusselse Regionaal Integratiecentrum Foyer heeft een spellendoos met vijf taalspellen ontwikkeld: Lego Lingua. Doel van de meertalige gezelschapsspellen is om zowel bij kinderen als ouders, scholen en vrijetijdsorganisaties openheid, interesse en een positieve houding voor talen te wekken en te bevorderen, en om meertaligheid te ontwikkelen, vb. door kinderen spelenderwijs inzicht te laten krijgen in (het leren van) talen en door de thuistaal te valoriseren.
Lego Lingua is een spellendoos met vijf spellen voor spelers van 8 tot 88 jaar. De spellen werden door 29 groepen kinderen, jongeren en volwassenen getest en goedgekeurd.
Lego Lingua bestaat uit 5 spellen: Qua?RTET! en Wat is het? met wereldgerechten in 9 talen, Papesnello met 5 geschriften, PalaVerBrique waar spelers kunnen scoren door (meertalige) woorden te vormen en Lingo Bingo waar groenten, fruit, kledij en voertuigen uit verschillenden talen en culturen met elkaar worden vergeleken.
Lego Lingua wordt uitgegeven door Jeugd & Vrede vzw en is verkrijgbaar in de webwinkel van Jeugd & Vrede.
September 2011 - Nut en belang van correct spellen
Gaat de spellingvaardigheid van jongvolwassenen werkelijk snel bergafwaarts of is het toch maar een vermeend probleem?
Wel, wij hebben het onderzocht en wij weten het ook niet, zegt de Nederlandse Taalunie. Het probleem is dat er te weinig harde gegevens beschikbaar zijn om de vraag goed te kunnen beantwoorden. Zonder grootschalig, langlopend onderzoek kun je er eigenlijk maar weinig over zeggen. En dus bevelen wij zulk onderzoek aan. Ondertussen stellen we voor een debat te voeren over het nut en de noodzaak van correct spellen. Dat is de samenvatting van een nieuw rapport van de Nederlandse Taalunie over het (vermeende) probleem van de achteruitgang van de spellingvaardigheid.
"Ze kunnen niet meer spellen" is de titel van het spellingrapport (62 blz.) van de Nederlandse Taalunie. De suggestieve titel dekt allerminst de conclusies van het rapport.
De Taalunie rapporteert dat ze niet kan zeggen dat het veronderstelde probleem werkelijk bestaat. En - stel dat er echt een probleem wordt gediagnosticeerd - dan is het nog maar de vraag of het wel een probleem van afnemende kennis en vaardigheid op spellinggebied zal blijken te zijn. Het zou bijvoorbeeld ook wel eens een probleem van teruglopende bereidheid kunnen zijn om verworven spellingvaardigheid in de schrijfpraktijk toe te passen. Bovendien is het nog de vraag waarom we eigenlijk per se willen weten hoe de spellingvaardigheid op termijn evolueert? Is de relevante vraag niet gewoon of leerlingen voldoende kunnen spellen op het moment dat ze de school verlaten?
Volgens de Taalunie zijn er geen conclusies te trekken over de vermeende achteruitgang van de spellingvaardigheid van jongvolwassen leerlingen, omdat er te weinig betrouwbare gegevens zijn. En dus beveelt de Taalunie een langlopende monitoring aan om de (positieve of negatieve) evolutie van de spellingvaardigheid zichtbaar te maken.
Het is natuurlijk niet zo dat er helemaal géén onderzoek en géén gegevens beschikbaar zijn. Zo is er onderzoek waaruit kan worden afgeleid dat de gemeten spellingvaardigheid van leerlingen op het einde van de basisschool over de voorbije twee decennia niet of nauwelijks is geëvolueerd, dus niet vooruitgegaan is en ook niet of toch heel waarschijnlijk slechts nauwelijks achteruitgegaan, enfin. De leerlingen spellen beter dan verwacht, maar slechter dan gewenst.
Er is ook onderzoek waaruit kan worden afgeleid dat het met de werkwoordspelling al na de basisschool bergafwaarts gaat, dat 18-jarigen slechter spellen dan 12-jarigen. Maar of dat een kwestie is van afnemende spellingvaardigheid dan wel van een veranderend spelgedrag onder invloed van een aantal recente maatschappelijke ontwikkelingen, is moeilijk hard te maken. En of deze situatie anders is dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden? Zonder grootschalig, langlopend onderzoek kan men daarover eigenlijk niets concluderen.
Naast een hoofdstuk over de harde feiten, een hoofdstuk over het spellingonderwijs en een hoofdstuk over maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op spellinggedrag bestaat het rapport voor de helft uit tien leesbare essays van mensen die bij spellingonderwijs (en de resultaten ervan) betrokken zijn. De essays zijn bedoeld om het debat over nut en noodzaak van correct spellen te voeden.
Het rapport is op onderstaande website in pdf beschikbaar. Meer info: www.taalunieversum.org
|